Certificaten
Van de Stichting Exploitatie Golfbaan IJmond-Noord.
Vooral voor de nieuwe leden van de vereniging wordt hierna een toelichting verstrekt met betrekking tot de vraag waarom de Stichting is opgericht. Het zou toch veel simpeler zijn als er alleen maar een Vereniging zou zijn en dus ook geen "gedoe" met certificaten?
Ik wil dit hierna toelichten.
Teneinde de plannen voor de nieuwe golfbaan in de polder "De Noorderbuitendijken"destijds definitief doorgang te kunnen laten vinden, moesten er twee problemen opgelost worden.
A. Hoe geven we het geheel van vereniging, eigendom van de baan en leden een juridische basis?
B. Hoe gaan we financieren?
Ad A. Na diverse alternatieven bekeken te hebben (renteloze leningen, obligaties, N.V./B.V.) kwamen we, op advies van het betreffende notariskantoor, tot de conclusie dat een Stichting Administratiekantoor een handige oplossing was. Dat notariskantoor had veel ervaring met "certificering van onroerend goed", d.w.z. een beheersstichting als eigenaar van onroerend goed en de aangesloten certificaathouders als "economische eigenaren".
Ad B. Een van de problemen voor de financiering was het feit dat de bank, wilde zij "meedoen", eiste dat ook de leden zelf een financiële bijdrage zouden leveren. Dat mocht geen lening zijn, maar uitsluitend eigen vermogen. (Daarnaast hebben nog een aantal leden voor drie miljoen gulden aan achtergestelde leningen verstrekt).
Door A. en B. te combineren ontstond het volgende beeld:
de economische eigenaren kregen tegen betaling van een bedrag van fl. 4.000,00 (wat later
fl. 5.000,00 werd) van de stichting een "certificaat onroerend goed", een bewijs van eigendom, dat ook verhandelbaar werd.
Die fl. 4.000,00 (later dus fl. 5.000,00) vermenigvuldigd met het aantal certificaathouders vormde dus het eigen vermogen van de stichting, zoals gewenst door de bank.
Het idee was natuurlijk dat degene die toen voor f. 4.000,00 dan wel fl. 5.000,00 een certificaat nam, mocht verwachten dat hij in de toekomst in elk geval wel “iets” van zijn inleg zou terugzien en niet zonder meer al zijn geld kwijt was. Zou het geld als eigen vermogen van de Vereniging zijn ingebracht, was men het geld al direct vanaf de aanvang geheel kwijt!
Door de wet van vraag en aanbod werd dat “iets” in de loop der jaren een behoorlijk bedrag. Diezelfde wet van vraag en aanbod zorgt er overigens weer voor dat de prijzen van de certificaten, vergeleken met enige tijd geleden, weer zijn gedaald.
De Stichting werd dus eigenaar van het gehele golfcomplex: de golfbaan met alles wat erbij hoort, zoals clubhuis, drivingrange, werkloods, parkeerterrein, etc. De Stichting verhuurt het gehele complex aan de Vereniging, die op haar beurt weer de leden in staat stelt, tegen betaling van contributie (jaarfee), te golfen en van het clubhuis en verdere faciliteiten gebruik te maken. Nu is de Stichting juridisch weliswaar eigenaar, maar de Stichting beheert het golfcomplex alleen maar ten behoeve van de deelnemers in de Stichting, de gezamenlijke certificaathouders.
Om lid van de Vereniging te kunnen worden, is men verplicht een certificaat aan te schaffen. Omgekeerd geldt hetzelfde: het is niet de bedoeling dat door aankoop van losse certificaten iemand de golfbaan kan overnemen. Lidmaatschap en certificaat zijn aan elkaar gekoppeld en zijn samen slechts bij één persoon mogelijk. De certificaten zijn uitgegeven door de Stichting als eigenaar en zo’n certificaat is een soort bewijs van eigendom, namelijk het bewijs dat de certificaathouder eigenlijk – zeg maar: in economisch opzicht – voor één/duizendste onverdeeld aandeel eigenaar is van het gehele golfcomplex. Er zijn immers duizend certificaten.
Een prettige bijkomstigheid van deze keuze voor een aparte Stichting was het feit dat een BTW besparing het gevolg was. Het was nl. mogelijk om tijdens de aanleg van de baan en de bouw van het clubhuis alle BTW op facturen te verrekenen. Een financieringsvoordeel derhalve. Later moest de Stichting dan wel weer BTW in rekening brengen aan de Vereniging, die deze BTW niet kon verrekenen. Ondanks een wetswijziging is toch nog een flinke BTW besparing bereikt.
Het toeval wil dat de staatssecretaris -al weer enige jaren geleden- sport en spel onder het lagere BTW tarief van 6% heeft gebracht en de Stichting nu de BTW m.b.t. de nieuwe investeringen geheel mag verrekenen en de Vereniging slechts 6% BTW over de haar in rekening te brengen gebruiksvergoeding is verschuldigd.
We hopen als bestuur van de Stichting hiermede weer een beetje duidelijkheid te hebben gegeven.
Met vriendelijke groeten namens het bestuur van de Stichting,
Ruud Westen
Secretaris
