Gedragsregels; In golf wordt er in het regelboek maar twee bladzijden over geschreven, terwijl in uw GVB examen nou juist het meest wordt gelet op deze gedragsregels.

Daarom hebben wij deze ongeschreven regels nog eens voor u duidelijk gemaakt !
De voortgang in het golfspel wordt bepaald door:
  • Beleefdheid
  • Welwillendheid
  • Wellevendheid

Dat is tegenover andere spelers op de baan tijdens je rondje een eerste vereiste. Het is namelijk bijzonder vervelend om een bal slecht te slaan, slecht te raken of te missen door het onbeheerste of onaangepast golf gedrag van medespelers.Een voorbeeld van correct golf gedrag: Wanneer een speler zijn bal wil slaan, moet niemand dichtbij hem gaan staan. Ga minstens 4 meter van hem verwijderd staan.Waar? Wanneer? en Hoe?

  1. Nooit opzij van de speler, maar schuin rechts voor de speler. Dit is een ongeschreven “golfwet”.
  2. Niet links voor de speler, want dat kan gevaar opleveren, wanneer de speler een “shank” slaat. Dat is een bal die slecht wordt geraakt en dwars naar rechts vliegt.
  3. Achter de speler staan geeft de speler een onbehaaglijk gevoel. Hij voelt jouw ogen in zijn rug prikken. Dit moet je voorkomen en daarom moet je voor de speler gaan staan en niet achter hem. Want een speler heeft het recht om ongestoord zijn slag te kunnen slaan.
  4. Opzij van de speler staan is ook weer vervelend omdat de speler je vanuit zijn ooghoek ziet staan. Dit werkt afleidend en is irriterend.
  5. Op de green bijvoorbeeld moet u ook niet gaan staan in de lijn bal-hole, dus niet rechts van de speler, maar ook niet links. Er is maar één plaats waar u zich mag ophouden wanneer de speler gaat slaan: rechts voor de speler. Dan is zijn bal het beste te volgen, want:
  6. Je bent altijd verplicht om de bal van de speler na te kijken en vast te stellen waar zijn bal naar toe gaat. Een speler mag eigenlijk bij zijn slag niet “opkijken”, wel meekijken, dus dat doet de medespeler.
  7. Praten wanneer een speler gaat slaan is uit den boze. Dan breng je hem uit zijn concentratie. Je denkt misschien: ”Wat een onzin!” maar je zult merken dat praten van anderen afleidend werkt en dat je de bal mist of slecht raakt.
  8. Bewegen is ook storend. Sta stil wanneer een ander op het punt staat te gaan slaan. Dit geldt ook wanneer je op de baan loopt en een andere partij op bijvoorbeeld op 20 meter afstand aan het putten is op een andere hole. Sta dan even stil totdat de speler klaar is met zijn put en loop dan verder. Dit gebaar getuigt van wellevendheid en respect voor de ander.
  9. Hieronder valt ook het rammelen met geld of een sleutelbos in een broekzak of het rommelen met stokken in uw golftas. Je zoekt een stok uit voor- of nadat een ander zijn bal heeft geslagen. Hoe eerder je klaar bent, hoe sneller het spel gaat.
  10. Snel doorspelen is plezierig voor iedereen. Niets is zo vervelend als tijdens het spel op de baan te moeten wachten. Het bevordert de concentratie niet en het brengt je uit het spel.
  11. Loop daarom tussen je slagen behoorlijk door en slenter niet over de baan. Verlies geen afstand op de partij die voor je speelt. Houdt het veld aaneengesloten. Loop direct naar je eigen bal. Niet bij elkaar kleven. Maar loop niet in de slaglijn van degene die aan de beurt is.
  12. Bepaal, wanneer je naar de bal loopt, welke stok je gaat nemen. Begin niet pas te denken wanneer je bij de bal bent aangekomen. Bovendien is dit laatste nadelig voor de concentratie. Zet je kar of draag tas rechts voor je neer, laat je tas niet bijvoorbeeld vijf meter achter. Als iedere speler 50 keer slaat en 50 keer vijf meter naar achter loopt om zijn clubs op te halen duurt een rondje al gauw een uur langer [file op de baan ].
  13. Een, misschien twee proefswings, is meer dan voldoende. Maak er geen gewoonte van om er meer te maken. Je raakt de bal daardoor heus niet beter!
  14. Wanneer de laatste speler van uw partij zijn bal in de hole heeft geslagen, verlaat je direct de green. Dat wil zeggen: je gaat in geen geval eerst je eigen score opschrijven en de score van de medespelers of tegenpartij, om daarna pas de green te verlaten op weg naar de volgende afslagplaats. Dit werkt alleen maar ergernis bij de achterop komende partij. Daarnaast werkt dit vertragend. Bij de volgende afslag slaat de speler die de hole heeft gewonnen of de laagste score heeft direct af. De anderen vergelijken de scores met elkaar, zonder overlast aan de overige spelers.
  15. Hetzelfde geldt voor het plaatsen van de trolley of het neerleggen van je tas. Je plaatst je trolley of tas daar, waar je naar toe gaat wanneer je de green verlaat. Dus richting volgende tee. Niet voor de green, ook niet aan de “verkeerde kant” van de green. Het lijkt misschien erg veel op: ”Wat mag ik eigenlijk wel doen?”.
  16. Als je eenmaal gewend bent aan deze gewoonten, dan weet je straks niet beter. Je bent een speler met wie het plezierig spelen is. En dat is veel waard. Je zult zien dat je, door deze zaken snel in je spel op te nemen, je aanmerkelijk makkelijker een baan loopt.
  17. Wat ook vertragend werkt, is het zoeken naar de bal. Niet iedereen slaat recht en het komt helaas veel voor dat het kleine witte balletje moeilijk te vinden is. Ook hiervoor zijn regels om het spel van anderen zo weinig mogelijk te vertragen. Allereerst gaat de speler eerst kijken of hij zijn bal ziet. Negen van de tien keer vindt de speler gewoon zijn bal. Omdat hij/zij de bal wel zag vallen maar niet ziet liggen vanaf de plaats waarvandaan geslagen is, slaat men een provisionele bal. Je hebt het recht om vijf minuten naar je bal te zoeken in een wedstrijd of als je een qualifying kaart loopt. Dat wil niet zeggen, dat je de spelers achter je (en dus het hele veld er achter ) ook vijf minuten kunt laten wachten. Dus: zodra je naar de bal gaat zoeken, laat je de achterop komende partij door, d.w.z. je geeft een duidelijk teken dat zij mogen slaan. Tegelijkertijd is dat het teken voor je medespelers om te helpen zoeken. Er mag dus vijf minuten gezocht worden. Daarna is de bal, mits die gevonden wordt nog wel je eigendom, maar niet meer je speelbal. Je gaat dus verder met je provisionele bal. Die vijf minuten is precies de tijd die een andere partij nodig heeft om te passeren. Zelf sta je aan de zijkant van de baan en kijkt waar de ballen van die passerende partij terecht komt. Zorg wel dat je niet geraakt wordt.
  18. Als jij behoort tot de partij die wordt doorgelaten, bedank je met een vriendelijk gebaar of woord. “Bedankt voor het voor het doorlaten!”. Gewoon even dankjewel zeggen. Heel normaal eigenlijk.
  19. Wanneer je plotseling toch je bal vindt terwijl je het gebaar van doorlaten al hebt gemaakt, dan wacht je toch met verder spelen. Je gaat niet slaan om voor die andere partij uit te blijven. Uw medespelers nemen dan weer, zonder anderen te hinderen de positie in bij hun speelbal.
  20. En dan volgt direct ook, dat je pas mag spelen of slaan, wanneer de doorgelaten partij zover is doorgelopen dat u ze niet meer kunt raken. Golfballetjes zijn kleine projectielen en zo’n balletje tegen je hoofd of tegen je lichaam krijgen is een bijzonder pijnlijke ervaring. Er zijn helaas voldoende voorbeelden, bijvoorbeeld een speler die een oog verliest of ander letsel door onzorgvuldigheid van andere spelers.
  21. Evenals er op de weg verkeersregels gelden, zijn er ook een paar voorschriften wie er nu “voorrang” heeft. Daar moet men zich aan houden, anders loopt het allemaal uit de hand en heeft niemand meer plezier in het spel.
  22. Het is een logische zaak: Elke partij die inloopt op een partij heeft voorrang op die partij of dat nu een 1, 2, 3 of een 4 bal is.
  23. Een partij die een volle ronde (18 holes) speelt, heeft voorrang boven een partij die een kortere ronde speelt of niet op hole 1 begint. Ook dat is helder en duidelijk. Ook als je op aanwijzing van de caddymaster op drukke dagen op hole 10 begint, heb je geen “standing”.
  24. Het lijkt erop dat het allemaal geboden en verboden zijn, maar bij zorgvuldige bestudering, kom je tot de conclusie dat het allemaal best meevalt en dat het merendeel berust op “common sense” of “logisch denken”.
  25. Het grootste deel van je contributie aan de club of je greenfee (dagcontributie) aan de baan verdwijnt in het onderhoud van het terrein, aan het in stand houden en verbeteren van de conditie van tees, fairways en greens. Om van de bunkers maar niet te spreken.
  26. Op de green is het repareren van je pitchmark (inslag of deuk veroorzaakt door een hoge bal) essentieel. En dat doe je voordat je gaat putten. Anders vergeet je het. Je repareert je pitchmark, zodra je op de green komt. Er zijn praktische instrumentjes (pitchfork) verkrijgbaar in de proshop. Als golfer ben je tijdens een speelronde op De Heemskerkse, verplcht een pitchvork bij je te dragen. Repareer, indien nodig, ook nog een extra pitchmark. De greens blijven er dan altijd goed uit zien. Kijk ook even naar eventuele spikemark littekens, deze mag je alleen glad maken als je de green verlaat.
  27. Het merken van je bal op de green moet je doen met een muntstuk of balmarker. Dus niet met een tee een paar krassen maken om de plaats van de bal te markeren en ook geen blaadje of een stukje aarde. Je moet altijd een pitchfork en een ballmarker bij je hebben wanneer je een ronde speelt. Zorg dat je in de ene zak een pitchfork en een ballmarker hebt, in de andere twee ballen twee tee’s. Een potlood en een scorekaart, zdat je niet steeds naar je tas hoeft te lopen. Want als 80 mensen heen en weer lopen, houdt dat enorm op, met als gevolg file in de baan!
  28. De hole is zeer belangrijk in het spel. Daar moet de bal uiteindelijk in terecht komen. Dus uiterste zorg voor het behandelen van de vlaggenstok en de hole is een eerste vereiste. Haal dus de vlag langzaam uit de hole en zorg ervoor, dat de cup niet meekomt. De vlag moet loodrecht naar boven uit de hole worden getrokken.
  29. Hetzelfde geldt voor het terugplaatsen van de vlaggenstok. Let erop dat de onderkant van de stok de zijkant van de hole niet beschadigt. Dit kan tot gevolg hebben dat een bal van een volgende speler uit de hole kan “loopen” en er niet in valt.
  30. Ook het uit de hole halen van een bal is een kunst op zichzelf. Altijd met de hand eruit halen en nooit met de putter de bal uit de hole wippen! Dit geeft kans op beschadigingen van de rand met het gevolg als hierboven beschreven.
  31. Ga niet te dicht bij de hole staan, maar blijf op armlengte afstand. Bij veelvuldig gebruik van en hole kan anders “kratervorming”ontstaan, dat wil zeggen dat de grond direct om de hole heen omlaag wordt gedrukt en dat de hole zelf een fractie omhoog komt, voldoende om een goede put toch een afwijking te geven.
  32. Op een putter leunen om een bal uit de hole te halen is uit den boze. Helaas ziet u het maar al te dikwijls gebeuren op de televisie wanneer er reportages zijn van grote toernooien. Grote en alom bekende golfspelers bezondigen zich eraan. Maar jou overkomt dat natuurlijk niet.
  33. Golfwagentjes of trolleys waarop je tas staat, mogen natuurlijk nooit over een green of een afslagplaats getrokken worden. Het klinkt allemaal erg logisch, maar het moet je wel een keer verteld worden. Wanneer men zich realiseert hoeveel geld, tijd en werk in uw golfbaan zit, dan gaat iedereen vast zorgvuldiger te werk.
  34. Men zegt wel eens: “Leave the course in the condition in wich you’d like to find it”. En dat is nu precies waar het om gaat!
  35. Wij hebben al even gesproken over het gevaar van een golfbal. Om het risico zo klein mogelijk te maken een ander te raken, mag je dus pas een bal slaan, als de kans een andere speler te raken tot een minimum is beperkt. Het kan voorkomen dat je een afzwaaier slaat die mogelijk in de buurt komt van andere spelers. Je roept dan luid: “fore”. Iedereen weet dat hij zich dan zo klein mogelijk moet maken en zijn handen op zijn hoofd moet leggen.
  36. Voor het personeel op de baan gelden ook regels. Je mag niet spelen of slaan als je geen teken hebt gekregen dat je kunt spelen. Je slaat dus niet en roept geen FORE. Neen. Je wacht totdat zij te kennen hebben gegeven dat zij attent zijn op de komst van jouw bal. Je wilt toch niet dat zij, die zo zorgvuldig de baan onderhouden, in het ziekenhuis terecht komen? Vergeet niet dat zij hun werk naar behoren moeten kunnen verrichten. Dat betekent dat je wel eens moet wachten voordat je het VEILIG sein van hen hebt ontvangen. Vergeet niet: aan goed golf komt geen geroep te pas!
  37. Wanneer je zover bent gekomen om aan wedstrijden deel te nemen, dan wordt het tijd dat je aan het volgende onderwerp gaat denken, want ook bij het deelnemen aan dit soort evenementen speelt de etiquette en vooral de ongeschreven wellevendheid een grote rol.
  38. Wanneer je bent ingeschreven op de inschrijflijst, is het ongepast om je naam weer van de lijst te verwijderen. Tenzij natuurlijk bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. Mocht dit zo zijn, dan is het een goede gewoonte uw fellow-competitors te vertellen, al dan niet per telefoon, waarom je van de lijst verwijderd bent.
  39. Zo is het ook de gewoonte om uw a.s. mede-competitor te bellen om te zeggen dat je jouw naam erbij hebt geschreven. Uiteraard geldt dit alleen voor wedstrijden waar geen loting of plaatsing aan te pas komt.
  40. Bij de prijsuitreiking van de wedstrijd behoor je aanwezig te zijn. Natuurlijk is dat wel eens moeilijk, bijvoorbeeld wanneer u al om 9 uur in de morgen bent gestart en wanneer de prijsuitreiking om half 6 in de middag plaats vindt. Niemand zal het je kwalijk nemen dat je niet 5 uur gaat wachten. Maar in het algemeen is het een goed gebruik om bij de prijsuitreiking uw belangstelling te tonen. Bedenk dat het voor de commissie leden een hele taak is waar veel tijd en werk inzit, zij zijn meestal de gehele dag bezig zijn om de wedstrijd in goede banen te leiden. En bedenk dat wanneer jij wint, het plezierig is als er anderen zijn om dat te delen of te vieren.
  • Tot slot kleedt men zich correct in de stijl en de omgeving die van een ieder verlangd wordt. Je gaat toch ook niet het huis schilderen in een smoking, of in een overal naar de schouwburg. Dus tijdens het spelen korte broeken tot aan de knie en kragen op shirts. Bij de prijsuitreiking natuurlijk schone kleding, jasje en eventueel dasje. Maar dat wist je al, nietwaar?

Een fijne tijd op De Heemskerkse toegewenst,

Bron: regels en etiquette abn -amrobank